Miljardennota

 

Het heet nog steeds miljoenennota, maar de inflatie doet ondanks welke crisis dan ook zijn werk. De Rijksbegroting 2019 (en het voortijdig uitlekken van delen hieruit) is in de pers met veel tamtam als nieuws gebracht. Die begroting gaat over miljarden euro’s. Maar we hebben het hier over een stuk dat niet alleen voor de krant, de radio en de televisie als nieuws voor één dag belangrijk is. Het gezegde luidt niet voor niets: in de krant van vandaag wordt morgen de vis ingepakt.

Elke rijksbegroting heeft directe invloed op onze eigen toekomst. Of we meer belasting gaan betalen. Ja, dus. Of lonen en prijzen gaan stijgen. Reken daar maar op!

Tien jaar na de start van de financiële crisis staat de Nederlandse economie er gunstig voor.

De Nederlandse economie groeit bovengemiddeld hard en blijft dat het komende jaar ook doen. Dat is het algemene beeld dat de regering schetst. En wat de prijsontwikkeling betreft wordt in 2019 een inflatie voorzien van 2,5%. Ook zullen salarissen en tarieven van zelfstandigen stijgen door de krappere arbeidsmarkt en de hogere inflatie.

Voor de arbeidsmarkt wil de regering de lasten van loondoorbetaling bij ziekte voor kleine werkgevers verlagen. We wachten vol spanning af, want die is voor VLOK-leden een belangrijke drempel om personeel aan te nemen. En veel VLOK-leden hebben zoveel werk dat zij wel wat extra handjes kunnen gebruiken. Maar de inschakeling van uitzendkrachten wordt duurder door de invoering van een ontslagvergoeding vanaf dag één voor tijdelijke arbeidskrachten. En op de subsidieregeling voor praktijk-leren door MBO-studenten wordt komend jaar ook bezuinigd.

Hoopgevend is het plan van de regeling om het terugdringen van de regeldruk voor het midden- en kleinbedrijf niet langer op macro-economisch niveau te ontwikkelen, maar te koersen op “merkbaarheid voor ondernemers”. Hoopgevend, maar niet een zaak van resultaten op korte termijn.

En dan het Belastingplan 2019. Daarin staan wel plannen van de regering die op korte termijn spelen. Met een aantal belangwekkende onderdelen voor kleine ondernemers. De zelfstandigenaftrek blijft in 2019 behouden, maar …. wordt vanaf 2020 geleidelijk afgebouwd tot uiteindelijk het laagste tarief van de inkomstenbelasting (37,05%). Een zaak om straks bij de politieke besluitvorming nauwgezet te volgen.

De tarieven voor de inkomstenbelasting worden verlaagd en uiterlijk in 2021 vereenvoudigd tot slechts twee tarieven. De tariefgroepen tot 20.142 euro, 33.199 euro en 68.507 euro worden tot één groep samengevoegd (tarief in 2021: 37,05%) en de tweede groep blijven de inkomens boven de 68.507 euro (tarief in 2021: 49,5% – nu: 51,95%).

Voor mkb-ondernemers met een BV (winst tot 200.000 euro) wordt voorgesteld het tarief van de vennootschapsbelasting  te verlagen van 20% naar 16%. Maar om de winst uit je onderneming te halen moet je meer gaan betalen. Het tarief in box 2 van de inkomstenbelasting (aanmerkelijk belangheffing) stijgt van 25% naar 26,1%.

 

Tot zover de plannen van de regering die van belang zijn voor kleine ondernemers; de politieke strijd om de voorstellen te verbeteren is inmiddels in volle gang. We zullen straks zien wie tevreden is en wie niet…..